Werking warmtepomp

Het werkingsprincipe van een warmtepomp

Een warmtepomp werkt in principe als een koelkast - alleen omgekeerd. Terwijl de koelkast de warmte onttrekt aan de binnenruimte en deze naar buiten afgeeft, onttrekt een warmtepomp de warmte aan het buitengebied en geeft deze als verwarmingsenergie aan de ruimte af. 

Warmtepompen krijgen hun energie direct uit de natuur, dus uit de lucht, de aardbodem of uit het grondwater, en geven die door aan het verwarmingssysteem. Zelfs bij temperaturen onder nul kan een warmtepomp nog voldoende warmte opwekken om te verwarmen of om warm tapwater te bereiden. Op grond daarvan verwarmt u met een warmtepomp bijzonder energiezuinig en milieubewust. Welke warmtebron voor u de juiste is, hangt van de lokale omstandigheden, de individuele ligging van het huis en van de energiebehoefte af.

Energie uit de lucht

Lucht is onbegrensd beschikbaar, kan eenvoudig voor exploitatie geschikt worden gemaakt en is op grond daarvan een bijzonder betrouwbare energiebron. De warmtepomp zuigt de buitenlucht via een ventilator aan en stuurt die door aan een verdamper of warmtewisselaar. De daardoor verkregen warmte wordt gebruikt voor verwarming en de bereiding van warm tapwater. Vervolgens wordt de afgekoelde lucht weer aan de omgeving afgegeven. Een reversibele warmtepomp kan door circulatie-omkeer tevens koelen; een heerlijke functie tijdens warme zomermaanden. In dat geval werkt de warmtepomp exact volgens hetzelfde principe als een koelkast. Verwarmen, koelen of warm tapwater bereiden, de lucht/water warmtepompen van alpha innotec zijn er voor nagenoeg elke toepassing en iedere behoefte, voor nieuwbouw en ook voor renovatie. Een speciale geluidsisolatie zorgt ervoor dat de warmtepomp fluisterstil werkt.

Energie uit de aardbodem

De aardbodem is een optimale warmteleverancier, aangezien daar de temperatuur zeer constant is. Zowel in de zomer als in de winter is de temperatuur ca. 8-10 graden. Aardwarmte kan door verschillende systemen worden benut: brine/water warmtepompen met verticale of met horizontale bodemwarmtewisselaars.

Verticale bodemwarmtewisselaars:

Voor een verticale bodemwarmtewisselaarinstallatie zijn één of meer boringen noodzakelijk. Aantal en diepte van de boringen zijn daarbij afhankelijk van de bodemgesteldheid en de energiebehoefte, die de warmtepomp voor het verwarmen moet opbrengen. De verticale bodemwarmtewisselaars worden verticaal de aardbodem ingebracht, waarna het in de leiding circulerend brine kan worden opgenomen en naar de warmtepomp worden getransporteerd. Brine is het mengsel van water en glycol om bevriezing te voorkomen.

Horizontale bodemwarmtewisselaars:

De horizontale bodemwarmtewisselaars worden horizontaal en in lussen op een diepte van gemiddeld een meter in de aardbodem geïnstalleerd. Een mengsel van water en milieuvriendelijk antivriesmiddel neemt de aardwarmte op en stuurt die via een warmtewisselaar naar de warmtepomp door.